Pas in 2021 nieuwe Wet DBA
De kabinetsplannen om schijnzelfstandigheid bij zzp’ers aan te pakken, zijn volgens de Europese Commissie in strijd met het EU-recht. De opvolger van de Wet DBA schuift daarmee op naar januari 2021. Wel komt er per 1 januari 2019 meer duidelijkheid over het gezagscriterium in het Handboek Loonheffingen. Dit meldt minister Koolmees 26 november aan de Kamer.

In de eerste voortgangsbrief van 22 juni 2018 heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de start van de uitwerking van de wetgeving ter vervanging van de Wet DBA. In deze tweede voortgangsbrief bespreekt het kabinet welke acties zijn ondernomen en afgerond, de huidige stand van zaken en de vervolgstappen die het kabinet wil nemen

Het gaat om de volgende maatregelen:

Opdrachtgeversverklaring
Via een webmodule kunnen opdrachtgevers een opdrachtgeversverklaring verkrijgen, als uit beantwoording van de vragen blijkt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Daarmee wordt beoogd dat ze helderheid krijgen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie. De opdrachtgeversverklaring is geldig tot (een aantal maanden na) het volgende herijkingsmoment van de webmodule. In elk geval moet het volgende herijkingsmoment van tevoren vaststaan en worden gecommuniceerd. Vooralsnog wordt gedacht aan een periode van een jaar in de beginperiode. De uitwerking van de webmodule ligt op schema en de verwachting is dat deze eind 2019 gereed is.

Verduidelijking gezag
Zoals afgesproken in het regeerakkoord wordt verduidelijkt wanneer er sprake is van een gezagsverhouding. Daarmee krijgen opdrachtgevers een handvat om zelf te beoordelen of er sprake zou moeten zijn van een dienstbetrekking. Dit wordt versneld ingevoerd en verduidelijkt per 1 januari 2019 (aanpassing Handboek loonheffingen). In de bijlage bij de brief van Koolmees gaat hij uitgebreid in op elementen die belangrijk zijn bij de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding.

1. leiding en toezicht
2. vergelijkbaarheid personeel
3. werktijden, locatie
4. manier waarop werkende naar buiten treedt
5. overige relevante aspecten

Arbeidsovereenkomst bij laag tarief (ALT)
Het is de bedoeling dat het straks niet meer mogelijk is om langdurig zelfstandigen in te huren tegen een laag tarief. Op basis van eigen analyse van alle informatie komt het kabinet tot de conclusie dat het risico substantieel is dat de ALT-maatregel strijdig is het met EU-recht. Koolmees onderzoekt nu ‘parallelle alternatieven’. Daar zit nog steeds een minimumtarief van tussen de €15 en €18 per uur bij, maar hoe dat dus moet worden uitgewerkt, is vooralsnog onduidelijk.

Opt-out
Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er voor zelfstandig ondernemers onder voorwaarden een opt-out van de loonheffing en premies werknemersverzekeringen. Dit biedt opdrachtnemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en hun opdrachtgevers extra zekerheid. De verklaring heeft vrijwarende werking voor de opdrachtgever, tenzij bij controle komt vast te staan dat niet is voldaan aan de criteria (tarief en duur) voor de opt-out. Partijen in een arbeidsrelatie kunnen een opt-outverklaring niet met terugwerkende kracht laten ingaan. De opt-out-verklaring geldt zo lang de werkzaamheden die worden verricht en de omstandigheden waaronder dit gebeurt niet veranderen. De opdrachtgever en de opdrachtnemer hoeven daarom bij ongewijzigde werkzaamheden of omstandigheden niet periodiek een nieuwe opt-out-verklaring in te dienen of deze in te trekken. Ook hoeven zij geen melding te doen van het einde van de arbeidsrelatie en daardoor van intrekking van de opt-out-verklaring.

Bron: Taxence.nl, 27-11-2018, Kamerbrief voortgang uitwerking maatregelen ‘werken als zelfstandige’, 26 november 2018
Wim de Kok (wdk)