Geleidelijke verlaging tarief aftrekposten

In het Regeerakkoord 2018 is met weinig omhaal van woorden aangegeven dat aftrekposten niet langer tegen het tarief van de hoogste schijf zullen kunnen worden afgetrokken. Het aftrektarief zal geleidelijk worden teruggebracht tot 36,93%. De geplande fasering luidt als volgt:

2018 n.v.t.
2019 49%
2020 46%
2021 43%
2022 40%
2023 36,93%.

Deze wijziging was al expliciet vermeld voor de eigenwoningrente en de zelfstandigenaftrek, maar het plan is om de aftrekbeperking te laten gelden voor alle aftrekposten. Dus ook voor bijvoorbeeld de MKB-winstvrijstelling, lijfrenteaftrek, partneralimentatie en giften. Als deze wijziging daadwerkelijk wordt doorgevoerd, zijn er nogal wat consequenties voor de fiscale en financiƫle planning.

Dat ook de lijfrentepremieaftrek niet in de hoogste schijf zal kunnen worden afgetrokken, zou rechtsongelijkheid doen ontstaan ten opzichte van de omkeerregel in de LB. De pensioenpremie voor de werknemer die met zijn loon in de hoogste tariefschijf valt, wordt niet als loon in aanmerking genomen. Gesteld kan worden dat deze systematiek betekent, dat de premie effectief in de hoogste schijf aftrekbaar is.

Wij zullen dit op de voet volgen en als er meer duidelijkheid bestaat over het doorgaan van de plannen zullen we dit melden.